Bodemonderzoek
20-10-2010
Bij een bodemonderzoek wordt de kwaliteit van de bodem en het grondwater onderzocht. Over het algemeen is een bodemonderzoek gebaseerd op de Nederlandse norm NVN5725 (historisch onderzoek) en NEN 5740 (onderzoekstrategie bij verkennend onderzoek).
Vanaf 1 juli 2007 mag de gemeente alleen bodemgegevens (bijvoorbeeld een verkennend bodemonderzoek, AP04-keuring of saneringsplan) accepteren van erkende, en van de opdrachtgever onafhankelijke, instellingen. Dit is het gevolg van de inwerkingtreding van een deel van het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer (beter bekend als Kwalibo). Wanneer u een bodemonderzoek laat uitvoeren moet u met deze nieuwe regels rekening houden.
Werkzaamheden die vóór de ingangsdatum van de verplichte erkenning zijn uitgevoerd verliezen hun geldigheid door de invoering van de Kwalibo niet.
Meer informatie en lijsten met erkende bedrijven vindt u via www.bodemplus.nl (onder kopje beschikkingen en vervolgens erkenningen en dan in zoekmenu) en www.sikb.nl
Een bodemonderzoek heeft als doel om met een geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op een locatie een grond- en/of een grondwaterverontreiniging aanwezig is. Op basis van de analyseresultaten van het bodemonderzoek kan een uitspraak worden gedaan over of de kwaliteit van de bodem geschikt is voor het (beoogde) gebruik.
Werkzaamheden die vóór de ingangsdatum van de verplichte erkenning zijn uitgevoerd verliezen hun geldigheid door de invoering van de Kwalibo niet.
Meer informatie en lijsten met erkende bedrijven vindt u via www.bodemplus.nl (onder kopje beschikkingen en vervolgens erkenningen en dan in zoekmenu) en www.sikb.nl
Een bodemonderzoek heeft als doel om met een geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op een locatie een grond- en/of een grondwaterverontreiniging aanwezig is. Op basis van de analyseresultaten van het bodemonderzoek kan een uitspraak worden gedaan over of de kwaliteit van de bodem geschikt is voor het (beoogde) gebruik.
Een bodemonderzoek kan noodzakelijk zijn bij:
- aanvraag van een bouwvergunning; (sloop);
- bestemmingswijziging;
- aanvraag van een milieuvergunning of een melding;
- wanneer het bevoegd gezag een bodemverontreiniging vermoedt;
- het verwijderen van een (ondergrondse) opslagtank;
- aan- en afvoer van grond.
Beschrijving
1. Bodemonderzoek en Bouwvergunning
Wilt u bouwen, dan is een bodemonderzoek misschien noodzakelijk. Hier kunt u lezen wanneer dit nodig is, wat dit bodemonderzoek precies inhoudt en hoe u een bodemgeschiktheidsverklaring kunt krijgen.
Bouwvergunning
Als u een bouwvergunning wilt aanvragen dan kan het zijn dat u in het kader van de woningwet een bodemonderzoek moet overhandigen. De woningwet staat namelijk niet toe dat er gebouwd wordt op dermate verontreinigde grond dat hierdoor gezondheidsrisico´s ontstaan voor de mensen die in een dergelijk gebouw leven.
Daarom wordt bij elke bouwvergunning ook gekeken naar de kwaliteit van de bodem. Dit betekent dat er een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd om te kijken of de bodem verontreinigd is en hoe erg. Is er niet aan de hand, dan kunt u bouwen. Maar is de bodemverontreiniging zo ernstig dat er risico´s voor de gezondheid optreden, dan is bodemsanering noodzakelijk voordat er mag worden gebouwd.
Ernstig geval van bodemverontreiniging uitschrijven.
Daarom wordt bij elke bouwvergunning ook gekeken naar de kwaliteit van de bodem. Dit betekent dat er een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd om te kijken of de bodem verontreinigd is en hoe erg. Is er niet aan de hand, dan kunt u bouwen. Maar is de bodemverontreiniging zo ernstig dat er risico´s voor de gezondheid optreden, dan is bodemsanering noodzakelijk voordat er mag worden gebouwd.
Ernstig geval van bodemverontreiniging uitschrijven.
Vrijstellingen
Niet iedereen hoeft een bodemonderzoek uit te voeren. De gemeente verleent in een aantal gevallen een vrijstelling:
- bouwvergunningvrije bouwwerken;
- licht vergunningplichtige bouwwerken;
- gebouwen waarin niet voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen verblijven (o.a. schuren/garages/tuinhuisjes);
- bouwwerken geen gebouw zijnde (o.a. kunstwerken/bruggen);
- vergunningplichtige bouwwerken met een vloeroppervlak kleiner dan 50 m²;
- bouwwerken, waarvoor een zeer recent bodemonderzoek aanwezig is;
- bouwwerken die de grond niet raken (o.a. dakkapel/opbouw verdieping)
In deze gevallen vindt geen bodemonderzoek plaats. U bent in deze gevallen dan ook niet verplicht een bodemonderzoek bij de aanvraag te leveren.
2. Bestemmingswijziging
Voor de meeste gebieden in West Maas en Waal geldt een bestemmingsplan. Dat bestemmingsplan geeft aan welke bestemming geldt voor een bepaald gebied en wat bijvoorbeeld wel of niet gebouwd mag worden. Verandert een ‘bestemming’ in het bestemmingsplan, dan geldt niet altijd een vrijstelling voor een bodemonderzoek. Wordt de ‘bestemming’ gevoeliger dan is een bodemonderzoek wel noodzakelijk. Bijvoorbeeld: de bestemming industrie wijzigt in woningbouw. In dat soort gevallen is een bodemonderzoek verplicht.
3. Nulsituatie bodemonderzoek
Op grond van de Wet bodembescherming mogen bedrijfsactiviteiten de bodem niet verontreinigen. In gevallen waarin bedrijven zogenaamde bodembedreigende activiteiten uitvoeren kan de gemeente in de milieuvergunning een nulsituatie bodemonderzoek verplicht stellen. Hierin wordt de situatie van de bodem vastgelegd op het moment voordat het bedrijf zijn activiteiten begint. Als (in de toekomst) de activiteit wordt beëindigd moet opnieuw onderzoek plaatsvinden om te beoordelen of het bedrijf de bodem heeft verontreinigd. Voor diverse bedrijven gelden algemene regels in het kader van artikel 8.40 van de Wet milieubeheer, waardoor de milieuvergunningplicht vervalt. Ook in deze algemene regels is de verplichting tot nulsituatie bodemonderzoek opgenomen indien sprake is van bodembedreigende activiteiten.
4. Vermoeden van een bodemverontreiniging
Onderzoek en sanering kunnen, als dat nodig is, door de gemeente afgedwongen worden. Als er een verontreiniging geconstateerd is en er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, is er een nader bodemonderzoek nodig.
Het nader bodemonderzoek is noodzakelijk voor de omvang van de verontreiniging en de risico´s die ervan uitgaan te bepalen. De Wet bodembescherming (Wbb) geeft het bevoegd gezag verschillende mogelijkheden om derden opdracht te geven dit onderzoek te laten uitvoeren.
Als uit het nader bodemonderzoek blijkt dat het noodzakelijk is te gaan saneren, heeft het bevoegd gezag mogelijkheden hiertoe opdracht te geven. Dit is een saneringsbevel.
Op grond van de Wbb kunnen zowel de veroorzaker van de verontreiniging als degene die het betreffende perceel in eigendom of erfpacht heeft (de rechthebbende) geconfronteerd worden met een bevel van het bevoegd gezag.
Het nader bodemonderzoek is noodzakelijk voor de omvang van de verontreiniging en de risico´s die ervan uitgaan te bepalen. De Wet bodembescherming (Wbb) geeft het bevoegd gezag verschillende mogelijkheden om derden opdracht te geven dit onderzoek te laten uitvoeren.
Als uit het nader bodemonderzoek blijkt dat het noodzakelijk is te gaan saneren, heeft het bevoegd gezag mogelijkheden hiertoe opdracht te geven. Dit is een saneringsbevel.
Op grond van de Wbb kunnen zowel de veroorzaker van de verontreiniging als degene die het betreffende perceel in eigendom of erfpacht heeft (de rechthebbende) geconfronteerd worden met een bevel van het bevoegd gezag.
5. Verwijdering van een opslagtank
Voor eigenaren van ondergrondse olietanks is de zorgplicht voor de bodem nader geregeld in het Besluit Opslaan Ondergrondse Tanks 1998 (BOOT '98). Er liggen nog altijd niet ontdekte opslagtanks in voor- en achtertuinen. De tanks voorzagen vroeger de met olie gestookte verwarmingsinstallaties van brandstof. Na overschakeling op aardgas raakten veel van deze tanks buiten gebruik. Elk jaar nog ontdekken particulieren en bedrijven ondergrondse olietanks op hun terrein. De vinder is verplicht dit bij de gemeente te melden. Tanks die nog nooit eerder gesaneerd zijn moeten worden verwijderd.
In het kader van het BOOT '98 moeten dus voor oude olietanks die nog niet zijn verwijderd of schoongemaakt door een saneringsbedrijf dat door het KIWA- Keuringsinstituut is erkend, opnieuw saneringsmaatregelen getroffen worden. Een tank die niet meer wordt gebruikt, gaat namelijk vroeg of laat roesten en lekken. Daardoor kunnen olieresten in de bodem terechtkomen, met alle milieuschade van dien. Een onderdeel van deze saneringsmaatregelen is daarom het uitvoeren van een bodemonderzoek. Uit dit bodemonderzoek kan naar voren komen dat de tank heeft gelekt en bodemverontreiniging heeft veroorzaakt. In dit geval is nader bodemonderzoek noodzakelijk. Voor het opruimen van de verontreiniging die door het lekken van olie is ontstaan, is de eigenaar verantwoordelijk.
Het kunnen overleggen van een KIWA-tanksaneringscertificaat, betekent niet dat de grondeigenaar niet voor de gevolgen van eventuele bodemverontreiniging verantwoordelijk is. Een tank kan immers voordat hij gesaneerd werd gelekt hebben. Als blijkt dat de bodem vervuild is, wordt de sanering van de olietank tijdelijk stopgezet. Er kan weer met de tanksanering worden doorgegaan na toestemming van het bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb), de afdeling Ruimtelijke ontwikkeling, cluster milieu van de gemeente.
In het kader van het BOOT '98 moeten dus voor oude olietanks die nog niet zijn verwijderd of schoongemaakt door een saneringsbedrijf dat door het KIWA- Keuringsinstituut is erkend, opnieuw saneringsmaatregelen getroffen worden. Een tank die niet meer wordt gebruikt, gaat namelijk vroeg of laat roesten en lekken. Daardoor kunnen olieresten in de bodem terechtkomen, met alle milieuschade van dien. Een onderdeel van deze saneringsmaatregelen is daarom het uitvoeren van een bodemonderzoek. Uit dit bodemonderzoek kan naar voren komen dat de tank heeft gelekt en bodemverontreiniging heeft veroorzaakt. In dit geval is nader bodemonderzoek noodzakelijk. Voor het opruimen van de verontreiniging die door het lekken van olie is ontstaan, is de eigenaar verantwoordelijk.
Het kunnen overleggen van een KIWA-tanksaneringscertificaat, betekent niet dat de grondeigenaar niet voor de gevolgen van eventuele bodemverontreiniging verantwoordelijk is. Een tank kan immers voordat hij gesaneerd werd gelekt hebben. Als blijkt dat de bodem vervuild is, wordt de sanering van de olietank tijdelijk stopgezet. Er kan weer met de tanksanering worden doorgegaan na toestemming van het bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb), de afdeling Ruimtelijke ontwikkeling, cluster milieu van de gemeente.
6. Aan- en afvoer van grond
Algemeen
Het besluit Bodemkwaliteit bevat regels voor het gebruik van grond, baggerspecie en steenachtige bouwstoffen. Deze regels gelden voor alle grondgebruikers.
Op 1 januari 2008 zijn de regels voor het gebruik van grond en baggerspecie in oppervlaktewater van kracht geworden.
En op 1 juli 2008 gelden de regels ook voor het toepassen van grond en baggerspecie op het land.
Op 1 januari 2008 zijn de regels voor het gebruik van grond en baggerspecie in oppervlaktewater van kracht geworden.
En op 1 juli 2008 gelden de regels ook voor het toepassen van grond en baggerspecie op het land.
Zelf verantwoordelijk
U bent zelf, en met u alle partijen (producenten, tussenhandelaren en aannemers), verantwoordelijk voor de kwaliteit van de toe te passen grond, baggerspecie en bouwstoffen die in het milieu terechtkomen. U hebt een zorgplicht.
Dit betekent het volgende: wanneer de kwaliteit onbekend is of u vermoedt dat er sprake is van een verontreiniging, dan moet u de kwaliteit van de grond en/of baggerspecie laten vaststellen. Zo kunt u bepalen of de grond of baggerspecie voldoet aan de normen van het Besluit. Op die manier voorkomt u nieuwe verontreinigingen van de bodem op of het water.
Dit betekent het volgende: wanneer de kwaliteit onbekend is of u vermoedt dat er sprake is van een verontreiniging, dan moet u de kwaliteit van de grond en/of baggerspecie laten vaststellen. Zo kunt u bepalen of de grond of baggerspecie voldoet aan de normen van het Besluit. Op die manier voorkomt u nieuwe verontreinigingen van de bodem op of het water.
Meldpunt Bodemkwaliteit
Volgens het Besluit moet u het toepassen van alle grond en baggerspecie en van sommige bouwstoffen melden. Op de site van de officiële Meldpunt bodemkwaliteit www.meldpuntbodemkwaliteit.senternovem.nl staat meer informatie over wat u wel en niet moet melden en hoe u dit precies moet doen.
Vrijstelling
Naast het Besluit Bodemkwaliteit is de Vrijstellingsregeling Grondverzet ook nog van kracht, die het mogelijk maakt onder strikte voorwaarden licht verontreinigde grond opnieuw als ‘bodem’ te gebruiken.
Deze regeling bepaalt dat vrijstelling van een aantal bepalingen uit het Besluit Bodemkwaliteit mogelijk is:
Deze regeling bepaalt dat vrijstelling van een aantal bepalingen uit het Besluit Bodemkwaliteit mogelijk is:
- geen minimum-hoeveelheid (Besluit Bodemkwalteit minimaal 50 m³);
- vrijstelling van partijkeuring voor licht verontreinigde grond.
- Mits: gebruik van de grond plaatsvindt in een gebied, waarvoor een bodemkwaliteitskaart is vastgesteld; de kwaliteit van de gebruikte grond vergelijkbaar of beter is dan de ontvangende bodem;
- de eigenaar of erfpachter van de ontvangende bodem het gebruik ten minste vijf werkdagen van tevoren meldt bij het team Wonen en Milieu.
Indien de gebruiker van de grond niet voldoet aan de voorwaarden die verbonden zijn aan de vrijstellingsregeling, blijft het Besluit Bodemkwaliteit onverkort van kracht en is het dus niet toegestaan licht verontreinigde grond als bodem te gebruiken.
Op 22 december 2006 is door het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal de bodemkwaliteitskaart gemeente West Maas en Waal e.a. en het bodembeheerplan gemeente West Maas en Waal e.a. vastgesteld.
Het plan en de kaart zijn door een aantal regiogemeenten gezamenlijk opgesteld. Naast de gemeente West Maas en Waal, heeft het bodembeheerplan en de bodemkwaliteitskaart dan ook betrekking op nagenoeg het gehele grondgebied van de gemeenten Millingen aan de Rijn, Ubbergen, Druten, Beuningen, Heumen en Mook en Middelaar.
Heeft u nog vragen dan kunt u contact opnemen met het team Wonen en Milieu.
Op 22 december 2006 is door het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal de bodemkwaliteitskaart gemeente West Maas en Waal e.a. en het bodembeheerplan gemeente West Maas en Waal e.a. vastgesteld.
Het plan en de kaart zijn door een aantal regiogemeenten gezamenlijk opgesteld. Naast de gemeente West Maas en Waal, heeft het bodembeheerplan en de bodemkwaliteitskaart dan ook betrekking op nagenoeg het gehele grondgebied van de gemeenten Millingen aan de Rijn, Ubbergen, Druten, Beuningen, Heumen en Mook en Middelaar.
Heeft u nog vragen dan kunt u contact opnemen met het team Wonen en Milieu.
Benodigdheden
Deze informatie vindt u onder het kopje 'Beschrijving'.
Kosten
De kosten van een bodemonderzoek zijn in de regel voor rekening van de eigenaar van de grond.
Procedure
Deze informatie vindt u onder het kopje 'Beschrijving'
Wetgeving
Wet Bodembeheer, Wet Milieubeheer, Woningwet, Wet Ruimtelijke Ordening.
Verwijzingen
Niet van toepassing.
Meer info
Gerelateerde producten
Bouw en verbouw, lichte bouwvergunning
Bouw en verbouw, reguliere bouwvergunning
Bouw en verbouw, vooroverleg
Bouw en verbouw, reguliere bouwvergunning
Bouw en verbouw, vooroverleg
20-10-2010