Luchtballon , toestemming opstijgen
21-11-2011
Voor het laten opstijgen van een luchtballon is toestemming nodig.
Beschrijving
Voor het laten opstijgen van een luchtballon op een bepaalde datum en tijdstip en op een bepaalde locatie, anders dan op een luchtvaartterrein, is een verklaring van geen bezwaar nodig. Het gaat hierbij om grote reclameballonnen of luchtballonnen bestemd voor het vervoeren van personen. Een dergelijke verklaring is nodig ter voorkoming van gevaarlijke situaties in de lucht. Er dient te worden gewerkt met een erkende ballonvaarder.
Benodigdheden
- Naam en adres van aanvrager
- exacte aanduiding van de locatie vanwaar de ballon zal opstijgen
- datum en tijdstip
- omschrijving van de soort ballon, bijv. reclame.
Kosten
De kosten voor de toestemming bedragen € 15,75
Procedure
De aanvraag dient schriftelijk ingediend te worden bij de gemeente West Maas en Waal, Postbus 1, 6658 ZG Beneden-Leeuwen.
De gemeente vraagt eventueel advies aan de politie en brandweer of met het opstijgen vanaf deze locatie de openbare orde en veiligheid is gewaarborgd en of aan de voorschriften kan worden voldaan zoals die gesteld zijn in artikel 10 van het 'Besluit inrichting en gebruik niet-aangewezen luchtvaartterreinen'.
Bij een positief advies wordt de gevraagde verklaring van geen bezwaar verleend.
Het is raadzaam de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar minstens twee weken voorafgaande aan de datum waarop de luchtballon zal opstijgen, in te dienen.
Meer informatie kan worden verkregen bij de Publieksbalie, T 14 0487.
De gemeente vraagt eventueel advies aan de politie en brandweer of met het opstijgen vanaf deze locatie de openbare orde en veiligheid is gewaarborgd en of aan de voorschriften kan worden voldaan zoals die gesteld zijn in artikel 10 van het 'Besluit inrichting en gebruik niet-aangewezen luchtvaartterreinen'.
Bij een positief advies wordt de gevraagde verklaring van geen bezwaar verleend.
Het is raadzaam de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar minstens twee weken voorafgaande aan de datum waarop de luchtballon zal opstijgen, in te dienen.
Meer informatie kan worden verkregen bij de Publieksbalie, T 14 0487.
Wetgeving
Op grond van het bepaalde in artikel 14 van de Luchtvaartwet is het verboden om met een luchtvaartuig (bijvoorbeeld een luchtballon) op te stijgen of een luchtvaartuig te doen opstijgen anders dan van een luchtvaartterrein. Door het afgeven van een verklaring van geen bezwaar kan de gemeente ontheffing verlenen van dit verbod. De artikelen 10 en 11 van het 'Besluit inrichting en gebruik niet-aangewezen luchtvaartterreinen' geven een aantal voorschriften waaraan voldaan moet worden om ontheffing te kunnen krijgen.
Mocht het opstijgen in verband met de weersomstandigheden niet door kunnen gaan, dan heeft de aanvrager de mogelijkheid om het opstijgen te laten plaatsvinden op een andere dag.
In de vergunning is een aantal voorschriften opgenomen om een luchtballon op te laten stijgen.
Mocht het opstijgen in verband met de weersomstandigheden niet door kunnen gaan, dan heeft de aanvrager de mogelijkheid om het opstijgen te laten plaatsvinden op een andere dag.
In de vergunning is een aantal voorschriften opgenomen om een luchtballon op te laten stijgen.
Verwijzingen
Wanneer de gemeente niet binnen zes weken beslist en verzuimt voor het einde van de termijn de aanvrager daarvan op de hoogte te stellen, kan de aanvrager op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar aantekenen bij de burgemeester tegen het uitblijven van een beslissing.
Tegen de afwijzing van een aanvraag kan op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar aangetekend worden, gericht aan de burgemeester, binnen zes weken na verzending van de beschikking.
Tegen de beslissing op het bezwaarschrift kan de aanvrager beroep aantekenen bij de rechtbank.
Tegen het verlenen van een ontheffing kunnen door derde belanghebbenden (bijv. buren) binnen zes weken na het nemen van het besluit bezwaren worden ingediend bij de burgemeester. Gelijktijdig met het indienen van het bezwaarschrift kan, indien onverwijlde spoed dit vereist, een verzoek om een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter worden ingediend, waarin om schorsing van de ontheffing wordt gevraagd.
Tegen de afwijzing van een aanvraag kan op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar aangetekend worden, gericht aan de burgemeester, binnen zes weken na verzending van de beschikking.
Tegen de beslissing op het bezwaarschrift kan de aanvrager beroep aantekenen bij de rechtbank.
Tegen het verlenen van een ontheffing kunnen door derde belanghebbenden (bijv. buren) binnen zes weken na het nemen van het besluit bezwaren worden ingediend bij de burgemeester. Gelijktijdig met het indienen van het bezwaarschrift kan, indien onverwijlde spoed dit vereist, een verzoek om een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter worden ingediend, waarin om schorsing van de ontheffing wordt gevraagd.
Meer info
21-11-2011