Hoe zit het met het volle stroomnet?

Inleiding

Stroom lijkt vanzelfsprekend. Het is er gewoon. Maar er verandert veel. We gebruiken steeds meer stroom, vaak tegelijk én we wekken het zelf op. Daardoor komt het stroomnet onder druk te staan.

In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe dat zit. Dit verhaal is lang, maar wel belangrijk om het goed te begrijpen.

Zo werkt de avond....

Je komt thuis na het werk. Je jas gaat uit. Je zet je tas neer. De thermostaat gaat omhoog en de lampen gaan aan. Tijdens het koken draait de was, springt de tv aan op de achtergrond en liggen de telefoons aan de lader. Ondertussen staat ook je elektrische auto aan de laadpaal voor morgenochtend.

Koken, laden en wassen. Zo werkt de avond. Toch?

Stroom is er gewoon, toch?

Als we het over stroom hebben, denken we vaak eerst aan de kosten. Aan de maandelijkse rekening. Aan besparen. Maar meestal voelen we ook rust. Stroom is er gewoon. Het werkt.

Dat gevoel is logisch. Jarenlang gebruikten we stroom vooral voor licht, huishoudelijke apparaten en de tv. Maar inmiddels doen we er veel meer mee. We rijden elektrisch. Verwarmen ons huis elektrisch. En laden steeds meer apparaten op. Vaak vanuit gewoonte, allemaal tegelijk, als we thuiskomen.

Wat er bij jou gebeurt als je thuiskomt, gebeurt ook bij je buren. En de buren van je buren. Ons ritme is niet veel veranderd. Ons stroomgebruik wel. Er ontstaat een grote piek als we thuiskomen en veel apparaten tegelijk aanzetten. Straat voor straat, wijk na wijk, gebruiken we samen tussen 16:00 en 21:00 heel veel stroom.

Er is nog iets veranderd

We gebruiken niet alleen meer stroom, we wekken het ook zelf op. Met daken vol zonnepanelen geven we dagelijks veel stroom terug aan het stroomnet. Stroom die eigenlijk bedoeld is om zelf te gebruiken. Het liefst als de zon schijnt. Het stroomnet is namelijk niet gemaakt om zoveel stroom tegelijk te ontvangen en te leveren.

Dat ons stroomgebruik verandert, is ook goed. Het zorgt voor schonere lucht en maakt ons dagelijks leven makkelijker. We kunnen elektrisch rijden of fietsen. Altijd online zijn voor werk, school en contact met elkaar. Ons huis zonder gas verwarmen. En als we nog groter denken: maakt het ons minder afhankelijk van andere landen en beter voorbereid op de toekomst.

Hier staan we nu

Omdat we ’s avonds veel stroom gebruiken en overdag veel terugleveren, vragen we steeds meer van het stroomnet. Stroom raakt niet op, maar het stroomnet kan wel vol raken. En uiteindelijk overbelast. Niet omdat wij iets verkeerd doen. Wel omdat ons gebruik verandert.

Op dat punt zijn we nu.

Nieuwe scholen, winkels en zelfs woonwijken kunnen soms niet meer worden aangesloten. Om het risico op stroomuitval in de buurt te voorkomen. Thuis merk je daar misschien weinig van. Het licht brandt, de vriezer draait en je telefoon laadt op. Maar ondertussen lopen de wachttijden steeds verder op.

Dat roept vragen op.

‘Kunnen er niet meer kabels en nieuwe elektriciteitshuisjes worden gebouwd?’
Dat gebeurt al. Netbeheerders en de overheid zetten alles op alles om het net uit te breiden. Maar dat kost tijd, ruimte en veel extra geld. Dat helpt, maar is niet de enige oplossing.

‘En bedrijven dan? Kunnen die niet minder stroom gebruiken?’ 
Zeker. Ook bedrijven, van fabriek tot bakker, worden gevraagd anders met stroom om te gaan. Door het energiegebruik beter over de dag te verdelen en piekmomenten te vermijden.

‘En wij zelf? Wat kunnen wij doen?’
Veel meer dan je misschien denkt. Het grootste deel van de dag is er stroom genoeg. Soms zelfs te veel. Juist daar hebben wij invloed. Met kleine veranderingen kunnen wij zelf de grootste piekdrukte op het stroomnet verminderen.

Kleine aanpassingen helpen heel veel

We zijn bijna allemaal bereid om ons stroomgebruik aan te passen. Dat doen we ook als we willen besparen. Maar vaak onderschatten we onze impact: ‘helpen mijn aanpassingen wel?’ Ja, heel veel zelfs.

Natuurlijk kunnen we gewoon koken in de avond. Maar vaak zetten we rond die tijd ook nog veel andere apparaten aan. Met een paar kleine aanpassingen kunnen we dat al verminderen, zoals:

  • De wasmachine overdag aanzetten.
  • De vaatwasser of droger later op de avond laten draaien.
  • De elektrische auto ’s nachts opladen.
  • Een timer of slimme app voor apparaten gebruiken.

Elke wasmachine helpt, zeker als de hele straat meedoet. Zo verspreiden we ons stroomgebruik beter over de dag. En verlagen we samen de stroompiek.

Dan ontstaat er weer ruimte voor nieuwe scholen, winkels en woningen. En houden we de vrijheid om meer elektrisch te doen en extra kosten te besparen.

Minder gebruiken waar het kan, maar vooral bewuster over de dag verdelen.

Zo blijft stroom doen wat het altijd deed: er gewoon zijn als we het nodig hebben.    

Tot slot

We vinden het als gemeente belangrijk om dit verhaal te delen. Omdat het helpt om te begrijpen wat er speelt én wat we samen kunnen doen. De aanleg en uitbreiding van het stroomnet ligt niet bij de gemeente, maar bij netbeheerders. 

Heeft u gevonden wat u zocht?